Ooit al eens even stil gestaan bij onze straatverlichting? Waarschijnlijk in je kindertijd, terwijl je je afvroeg: “hoe komt het dat dit licht wanneer het donker is?”. Je ouders zeiden dan vluchtig, dat dit gebeurt vanuit een centrale, maar dit antwoord bleek niet voldoende. Was het het werk van kabouters? Of waren deze statige fakkels wezende levens? Eindeloos gepieker.
Nog steeds bewonder ik ze, ze zijn er in alle vormen en kleuren – en vooral de kleur van het licht dan – de ene staat wat scheef als gevolg van een aanrijding, de andere is een trekpleister voor reuen. Allemaal verschillend en toch één geheel. Sommige van hen hangen aan huizen, andere flikkeren en weten dat het ‘vervangingsmoment’ is aangebroken, dan komt een technicus aan hun meest intieme delen prutsen om dan hem te dienen met een nieuwe lamp.
Ze brengen ons niet alleen licht, ze zorgen voor de lichtpolutie en zijn stof voor meerdere debatten en bovenal ze geven ons een gevoel van veiligheid. Beschermd met hun folie lopen we gerust door te straten.
Ik weet het nu wel zeker als reïncarnatie bestaat, is terugkomen als straatverlichting één van de opties op mijn lijstje. Niemand die er om maalt dat je even te laat begint te werken (niemand die zelfs weet om hoe laat je start), hele dagen kijken naar gehaaste mensen en jij die daar poseert: statig, elegant en voor vele jaren.
Kijk samen met mij mee naar het landschap van gele, oranje en rode gloeden, die ons al eeuwen doorheen de duisternis loodsen.

Als ik aan een eendagsvlieg dacht, zag ik altijd de gewone gekende vlieg voor mij. Ik wou hier dan ook een post aan wijten, hoe miserabel het zou moeten zijn om én slecht te zien én te sterven na 24 uur. Niet dus.
Stel dat het mogelijk is om insecten in bedwang te houden, wat zijn de mogelijkheden die de mens heeft qua technologie? Het dunkt me namelijk dat het niet zo eenvoudig is om naar meters diepe olie te boren, of op zee te gaan om grondstoffen te vervoeren. Je kan bij deze kwestie een oneindige reeks van vragen verzinnen en er evenveel theorieën over bedenken. Je kan dit vergezocht vonden, maar dat dachten de mensen ook toen ze de plannen hoorden van de radio, de vliegtuigen,… Zeg nooit nooit!
Eens een provocerende titel, als je niet veel gewoon bent toch. Ik wil de soort bel – waar ik het over zal hebben – zeker niet afbreken, maar ik heb mijn vragen bij het idee achter het ontwerp. Het gaat om het type bellen die er uitzien als leeuwenkoppen en in hun mond bevindt zich de drukknop, laat het nu net die drukknop zijn dat mij een knagend gevoel geeft. Wie in godsnaam komt op het idee om bij dit wilde dier een drukknop in de mond te plaatsen. Alsof je eerst de vuurproef, je vinger in deze vlijmscherpe mond durf te steken, eerst moet doorstaan alvorens je welkom bent.



